Arthur Rimbaud 7

Laatste brieven van Arthur Rimbaud (1854-1891)

 

Arthur Rimbaud. Correspondenties Marseille, 7.Laatste brieven van  Rimbaud. Franse literaire teksten Vertalingen Vivienne Stringa.

 

Marseille, 29 juni 1891.

Lieve zuster,

Ik heb je brief van 26 juni ontvangen. Ik heb eergisteren die ene brief ontvangen uit Harar. Over die brief van 10 juni geen enkel nieuws: die is ofwel in Attigny verdwenen, of hier bij de administratie van de posterijen, maar ik denk zelf in Attîgny. Aan de enveloppe die je me stuurt kan ik al zien van wie die was. Die moest door Dimitri Rîghas getekend zijn. (Dat is een Griek die in Hararet woont en aan wie ik wat hulp had gevraagd voor een paar zaken.)
Ik wacht op nieuws van jullie onderzoek naar mijn militaire dienst; maar hoe het ook zij, ik vrees voor die valstrikken en ik heb dan ook geen enkele zin om naar jullie toe te gaan momenteel, ondanks dat men u gerust zou kunnen stellen.
Daarbij, ik ben volledig immobiel, en ik kan geen enkele stap lopen. Mijn been is genezen, dat wil zeggen dat de wond dicht is: dat is op zich best snel gegaan en geeft me te denken dat deze amputatie vermeden had kunnen worden.
Voor de artsen ben ik genezen, en, als ik wil, tekenen ze morgen mijn ontslag uit het ziekenhuis. Maar wat moet ik dan doen?
Ik kan geen stap zetten! Ik zit de hele dag buiten op een stoel; maar ik kan niet bewegen.
Ik oefen wel met de krukken, maar die zijn slecht. Daarnaast ben ik lang, en mijn been is heel kort afgezet. Ik kan mijn evenwicht heel moeilijk bewaren.
Ik doe een paar passen en dan houd ik weer in, zo bang ben ik om te vallen en me weer opnieuw te verwonden en mank te worden!

Ik ga een houten been laten maken om te beginnen. Daar doe je de stomp in en die is opgevuld met katoen, en dan loop je vooruit met een stok. Na een tijd van oefenen met katoen, kun je, als de stomp goed versterkt is geworden, een been bestellen met een gewricht, en die zit dan goed strak daarmee kun je lopen, min of meer. Wanneer zal dat moment aanbreken?
Misschien overkomt me ondertussen nog wel een ander ongeluk.
Maar dan zou ik me veel sneller van dit miserabele leven ontdoen. Het is niet goed dat jullie me vaak schrijven en dat mijn naam opgemerkt wordt op het postkantoor van Roche en Attigny. Daar komt het gevaar vandaan. Hier is er niemand die zich met me bemoeit. Schrijf me zo min mogelijk en alleen als het echt moet. Zet er geen Arthur op, schrijf alleen Rimbaud op.
En vertel me zo snel mogelijk en zo duidelijk mogelijk wat de militaire autoriteiten van me willen, en in geval van rechtsvervolging, wat de straf is die ik riskeer. Want dan zou ik snel de boot nemen hier. Ik wens jullie een goede gezondheid en veel welvaart.

Rimbaud.

 

Marseille, 2 juli 1891.

Lieve zuster,

Ik heb de brieven van 24 en 26 juni ontvangen, en ik heb zojuist die van 30 juni ontvangen. Alleen die brief van 10 juni is kwijtgeraakt, en ik heb alle reden te denken dat hij op het postkantoor van Attigny is achtergehouden. Hier wijst niets erop dat mensen zich met mij bemoeien. Het is een goed idee om jullie brieven elders dan in Roche op te sturen en dat ze ook niet op het postkantoor van Attigny belanden.
Op die manier kunnen jullie me schrijven zo vaak als jullie willen.
Over die militaire dienst moeten we echt goed weten waar we ons aan moeten houden; doe dus wat er gedaan moet worden en geef me een beslissend antwoord. Ik denk zelf dat het een valstrik is en ik zou in welk geval dan ook ten zeerste twijfelen om naar huis te komen. Ik denk dat jullie nooit een eenduidig antwoord krijgen, en dus zal ik nooit naar jullie kunnen komen, waar ik dan in de val zou lopen.

De wond is al een tijdje genezen, hoewel de zenuwpijnen in de stomp nog steeds erg heftig zijn, en ik ben altijd wakker; maar nu is mijn andere been heel erg zwak geworden. Is het vanwege de lange bedlegerigheid, of het gebrek aan evenwicht: maar ik kan maar een paar minuten op de krukken staan anders komt er een bloedverstopping in mijn andere been. Zou ik een botziekte hebben, en zal ik mijn andere been ook kwijtraken?
Ik ben heel bang, ik ben ook bang dat ik te moe word en dan laat ik die krukken maar. Ik heb een houten been besteld; die weegt maar twee kilo, en is klaar over een week.
Ik ga daar heel langzaam mee beginnen te lopen; het duurt minstens een maand om eraan te wennen, en ik mag er, gezien die zenuwpijnen, van de arts misschien nog niet eens mee lopen.
En een kunstbeen van rekbaar materiaal, dat is veel te zwaar voor mij nu; de stomp zou dat nooit kunnen verdragen. Dat is pas voor later. En trouwens een houten been heeft hetzelfde voordeel: die kost ongeveer 50 frank.
Met dit alles zit ik eind juli nog wel in het ziekenhuis. Ik betaal nu zes frank pension per dag en ik verveel me voor zestig frank per uur. Ik slaap nooit meer dan twee uur per nacht. Juist door dat tekort aan slaap ben ik zo bang dat ik nog een of andere ziekte ga krijgen. Ik denk met afschuw aan mijn andere been: het is mijn enige ondersteuning op de wereld nu!
Toen ik dat abces in mijn knie kreeg in Harar begon dat ook zo na twee weken slapeloosheid.
Enfin, het zal mijn lot wel zijn dat ik beenloos moet worden. Ik denk dat de militaire autoriteiten me dan wel met rust zullen laten! Laten we hopen op betere berichten.
Ik wens u goede gezondheid, een goede tijd en alle goeds.
Tot ziens.

Rimbaud.