Charles Baudelaire: Een keuze uit zijn brieven. Brussel, België. aan Narcisse Ancelle. 27 mei 1864

Charles Baudelaire: Een keuze uit zijn brieven. Brussel, België. aan Narcisse Ancelle. 27 mei 1864
 Zoom 
 Henri Cartier-Bresson, Brussels, 1932

Charles Baudelaire
Brussel, België

Charles Baudelaire liet een grote hoeveelheid correspondentie na, zo'n 1500 brieven, geschreven vanaf zijn jeugd in 1832 tot aan 1866, een jaar voor zijn dood.
Deze gehele correspondentie heb ik, Vivienne Stringa, vertaald in het Nederlands, in 2002.
Op deze pagina's kunt u de volledige correspondentie lezen.

    Charles Baudelaire heeft naast zijn werk als auteur gedurende zijn hele leven ook een groot aantal brieven geschreven, vanaf zijn jeugd in 1832 tot 1866, toen hij niet meer kon schrijven en de laatste brief liet dicteren.
Hij overleed in 1867. De meeste brieven schreef hij aan zijn moeder.
Maar ook beroemde of bekende kunstenaars kregen brieven van hem. Victor Hugo, Édouard Manet, Gustave Flaubert bijvoorbeeld.
     Ook zijn er vele brieven aan Narcisse Ancelle gericht.
Ancelle was de man die na eenCharles Baudelaire, Les Fleurs du Mal. Paris, Poulet-Malassis en de Broise, 1857. Franse literaire teksten Vertalingen Vivienne Stringa. familieberaad was aangewezen om Baudelaire een maandelijkse toelage te geven uit de erfenis van zijn echte vader, die overleed toen Charles zes jaar was; de familie had hiertoe besloten uit angst dat Baudelaire de hele erfenis in korte tijd zou opmaken toen hij hier op 21-jarige leeftijd recht op had.
Dit betuttelend beleid heeft Baudelaire zijn hele leven hevig gekwetst.
Dit komt vaak terug in zijn brieven, hij sprak er vaak over als hij bijvoorbeeld weer eens bij Ancelle moest bedelen om geld te krijgen.
     Ook zijn er brieven naar diverse auteurs, kunstenaars, zijn uitgever en drukkerij, naar kranten, en zelfs enkele brieven naar de Académie Française in een poging om er lid van te worden. De thema's in zijn brieven lopen erg uiteen en zijn een weergave van zijn veelbewogen leven.
     Optimisme in zijn jeugd op de kostschool omdat hij goede cijfers kon laten zien aan Général Aupick, de man met wie zijn moeder was hertrouwd na de dood van zijn vader, maar ook straf op school, plannen maken, ideeën, diverse ziektes, geldproblemen, verhuizingen, niet uitbetaald krijgen voor gepubliceerd werk.
Van vreugde en enthousiasme tot deprimerende stemmingen met diverse problemen, en zelfs een serieuze aankondiging dat hij zelfmoord ging plegen, en de vele perikelen rondom de publicatie van Les Fleurs du Mal, tot aan het laatste jaar waarin hij nog kon schrijven, 1866.
De gehele correspondentie van Charles Baudelaire (van 1832 tot 1866) heb ik in het Nederlands vertaald.
Een keuze uit deze brieven kunt u hier lezen.

Hierna een bloemlezing van brieven van Charles Baudelaire, uit de laatste jaren van zijn leven, geschreven tijdens zijn verblijf in Brussel, België.

Brief aan Narcisse Ancelle.Charles Baudelaire, Brussel,Brief aan Adolphe O'Connell. Brussel, 30 augustus 1864. Ondertekende brief.
Brief aan Narcisse Ancelle.Charles Baudelaire, Brussel, 27 mei 1864. De brief is ondertekend met C.B., 12 pagina´s in-8.

Charles Baudelaire.
Brief aan Adolphe O'Connell.
Brussel, 30 augustus 1864.
Ondertekende brief.

Brief aan O'Connell, 30 augustus 1864.

Chronologie

1864

Op 24 april komt Baudelaire aan in Brussel om er "lezingen" te houden en om er te onderhandelen over de verkoop van zijn werk.
Hij logeert in het hotel Le Grand Manoir.
Op 2 mei geeft hij een lezing over Delacroix in le Cercle artistique et littéraire in Brussel.
Op 11 mei geeft hij een lezing over Théophile Gautier.
Op 12 en 23 mei en op 3 juni geeft hij drie lezingen over stimulerende middelen.
In dezelfde maand komt Baudelaire thuis bij Félicien Rops in Namen. Félicien Rops door Charles Neyt.
Op 13 juni geeft hij opnieuw een “lezing” over zijn werk in de saloms van Prosper Crabbe.
Baudelaire nodigt net als bij de vorige lezingen de uitgevers Lacroix en Verboeckhoven uit, maar zij hebben niet de beleefdheid om te komen.
Baudelaire is teleurgesteld hierover, net als over het te lage bedrag dat hij voor zijn lezingen krijgt, terwijl er een hoger bedrag was afgesproken.
Hij krijgt een onherstelbare afkeer van Belgen.
Hij begint scherpe stukken te schrijven over de Belgen: Amoenitates Belgica en Pauvre Belgique.
Omdat Lacroix en Verboeckhoven het complete werk van Baudelaire niet wilden publiceren, gaat Baudelaire op zoek naar andere uitgevers in Parijs.
Julien Lemer krijgt de opdracht om hiermee te starten, en hij begint bij de gebroeders Garnier, die ook weigeren.
In juli worden de Les Yeux du paradis gepubliceerd in La Vie parisienne.
Augustus: Baudelaire bezoekt Antwerpen, Brugge en Malines. In november gaat hij nog een keer naar Namen.

1865

In januari verschijnt in Le Monde illustré de vertaling van Le Système du docteur Goudron et du professeur Plume van Edgar Allen Poe.
In februari publiceert Stéphane Mallarmé in L'artiste  zijn Symphonie littéraire, waarvan het tweede deel gewijd is aan de roem van Baudelaire.

Op 15 februari hoort Baudelaire dat de uitgevers Lacroix en Verbroeckhoven een vertaling die zijn idee was, hebben gegeven aan mejuffrouw Judith. Deze vertaling betrof Melmuth de Maturin.
Hij suggereert Michel Lévy hen voor te zijn en laat doorschemeren dat hij die vertaling misschien dan zelf kan doen.
In april dicteert Baudelaire zijn vertaling van The Bridge of Sighs van Thomas Hood op aan Arthur Stevens.
Juni: L'indépendance belge publiceert Les bons Chiens (Petits Poèmes en prose).
Er wordt een fragment gepubliceerd van de vertaling van The Cottage Landor in La Vie parisienne.
In november en december staan enthousiaste artikelen over Baudelaire in L'Art, geschreven door Verlaine.
Baudelaire is hier eerder ongerust over dan blij om:
    « …Zij [die jongelui] maken me zo bang als een hond. Ik vind niets fijner dan alleen zijn, »
schrijft hij in een brief aan Troubat in 1866.

1866

Rond 15 maart gaat Baudelaire nogmaals naar Namen en komt bij de familie Rops.
Wanneer hij de kerk van Saint-Loup bezoekt, valt hij op de tegels.
Hierdoor loopt hij hersenproblemen op en hij wordt teruggebracht naar Brussel. Eind maart verslechtert zijn toestand.
De laatste brieven van Baudelaire die bewaard zijn gebleven zijn niet door hem zelf geschreven, maar die heeft hij gedicteerd.
Hij is aan zijn rechterzijde verlamd.
In april wordt Baudelaire van zijn hotel naar een godsdiensthuis gebracht, het Instituut Saint-Jean et Sainte-Elisabeth.
Ancelle komt hem kort bezoeken. Zijn moeder, madame Aupick gaat dicht bij hem in de buurt wonen.
Maar Baudelaire vloekt de hele tijd “Crénom” en dat zorgt voor een schandaal bij de nonnen. Aan het eind van de maand wordt hij daarom weer naar het hotel gebracht.
In juli wordt Baudelaire in gezelschap van zijn moeder en Arthur Stevens met de trein naar Parijs teruggebracht.
Charles Asselineau haalt hem op van het station.
Op 4 juli komt Baudelaire in het Maison de Santé in de rue du Dôme, vlakbij L'Étoile.

1867

Op 31 augustus sterft Baudelaire op 46-jarige leeftijd.

AAN GUSTAVE FRÉDÉRIX

Brussel, 30 april 1864.

Geachte heer,
 

     Ik zou het zeer op prijs stellen indien u aanwezig wilt zijn bij mijn lezing van maandag 2 mei, over Eugène Delacroix.

    Met de meeste hoogachting,

     Charles Baudelaire.

AAN ALBERT LACROIX

Brussel, 30 april 1864.

Geachte heer,
 

    Ik zou het zeer op prijs stellen indien u aanwezig wilt zijn bij mijn lezing van maandag (2 mei) over Eugène Delacroix.

    Met de meeste hoogachting,

Charles Baudelaire.

AAN GUSTAVE FRÉDÉRIX

Brussel, woensdag 4 mei 1864.

Geachte heer,

    Gisterenavond vond ik, in L’Indépendance belge, een aardig en meer dan welwillend bericht, over mijn eerste lezing. Ik heb geïnformeerd, en toen kwam ik te weten dat de ondertekening G.F. de uwe was.

    Mijnheer, neemt u mijn oprechte hartelijke dank in ontvangst met evenveel energie als het plezier dat die regels me gedaan hebben.

Charles Baudelaire.

AAN MADAME AUPICK

Brussel, vrijdag 6 mei 1864.

Lieve moeder,
 

    Ik was verplicht twee dagen naar het platteland te gaan bij enkele dames. Gisterenavond heb ik je mooie brief gevonden die de 3e in de avond was aangekomen.
Daarom krijg je deze (die vanavond wordt verzonden) morgenavond. Een dag en een nacht.

    Hierbij een bericht dat verschenen is over mijn eerste lezing. Men zegt hier dat het een enorm succes is. Maar, onder ons gezegd, alles gaat fout. Ik ben te laat aangekomen.
Er is hier een grote vrekkigheid en een oneindige traagheid in allerlei dingen, een immense massa aan leeghoofden. Om het samen te vatten, al die mensen hier zijn nog dommer dan in Frankrijk.

    Geen krediet, geen enkel krediet, wat misschien wel heel erg gelukkig is voor mij.

    Aanstaande woensdag geef ik weer een lezing. De winterreserves van le Cercle waren op, zei men, en omdat het echte doel van mijn reis was om de boekhandelaar Lacroix te verleiden om hem drie boeken van me te laten kopen, heb ik de prijs van 50 frank per lezing geaccepteerd (in plaats van 200 of 100).
Helaas was die Lacroix in Parijs. Ik heb zojuist gebedeld om er nog drie gratis te mogen gaan geven voor de tijd dat hij weer terugkomt, maar ik vertel mijn doel aan niemand.

    Ik heb naar de Cercles van Antwerpen, Brugge, Luik en Gent brieven laten sturen, om hen te verwittigen van mijn aanwezigheid hier. Ik heb nog geen antwoorden gekregen.

    Mijn proces zal niet plaatsvinden. Oef!
    Dat was één van de dingen die me het meest kwelden.

    In de provincies zijn lezingen 80 en 100 frank.

    Al mijn doelen zijn vervuld, althans ik zal alles doen wat ik moet doen.
    Ik wil dat me niets verweten kan worden.

    Mijn doelen zijn:
    (Zoveel mogelijk) geld met de lezingen binnenslepen, en met Lacroix onderhandelen voor drie boeken.

    En ook, voor alles, het werk afmaken waarmee ik al begonnen was (Le Spleen de Paris, Les Contemporains).

    Je ziet, ik krijg het heel druk. Als ik lezingen in de provincie ga geven, dan kan dat, natuurlijk, mijn verblijf verlengen tot eind juni.

    Ga dus naar Parijs, en, ik smeek je om genade, KIJK HEEL GOED UIT VOOR DE RIJTUIGEN.

    Ik accepteer je aanbod van 50 frank, want er heerst hier een zodanig wantouwen dat je niet kan leven als je niet alles contant betaalt. Maak je niet al te druk om die affaire Ancelle.
Als ik mijn drie boeken kan verkopen, en als ik die goed verkoop, dan geef ik hem geld terug, en dan zal ik die achterstand in één keer tenietdoen.

    Je vertelt me niet of je die kist nu hebt ontvangen, waarvan hierbij het reçu.

    Ik denk dat een briefje van 50 frank in een aangetekende brief beter is (als geldbesparing) dan een postwissel van 50 frank. De kosten van wissels zijn nogal hoog.
Voor het overige, de Franse postwissel is betaalbaar op Belgische postkantoren, en wederzijds. (Er zijn nu bankbiljetten van 50 frank.)

    Ik houd van je met heel mijn hart, en des te meer omdat ik voel hoeveel pijn ik je doe.
Ik beloof je dat ik je vaak zal schrijven.

Charles.