Schrijft kapitein Saliz naar generaal Aupick. Correspondentie Baudelaire

een brief van kapitein Saliz
aan generaal Aupick


kapitein Saliz schrijft brief aan generaal Aupick. Correspondentie Baudelaire vertalingen Vivienne Stringa
 Zoom 
 Mauritz Frederik de Haas. 1832-1895

Saint-Denis, Bourbon, 14 oktober 1841.
Mijnheer de generaal Aupick, commandant van l'école d'état-major te Parijs.


Generaal,


     Met spijt moet ik u mededelen dat ik de reis die u gepland hebt voor uw stiefzoon, de heer Charles Baudelaire, op de boot waarvan ik de kapitein ben, niet langer kan voortzetten.

     Ik verplicht mij, vanwege het vertrouwen dat u in mij heeft gesteld u uitleg te geven over de motieven die mij leidden tot het uiteindelijk overgaan tot zijn sterk geuite intentie niet verder te gaan, waardoor ik hem alleen van het Île de France heb terug kunnen laten komen op voorwaarde dat ik hem beloofde hier opnieuw onze respectievelijke standpunten onder de loep te nemen en te kijken of deze mij van mening zouden doen veranderen en ik zijn wensen tegemoet zou kunnen komen. 

     Vanaf ons vertrek uit Frankrijk hebben we allemaal aan boord kunnen zien dat het te laat was om te hopen dat Mijnheer Baudelaire terug zou komen van ofwel zijn exclusieve interesse in literatuur zoals men die heden ten dage interpreteert, ofwel van zijn vastbeslotenheid om zich aan geen enkele andere bezigheid te gaan wijden.

            Deze enige behoefte van hem maakte dat elke conversatie hem vreemd overkwam als deze niets me literatuur te maken had en verwijderde hem van de gesprekken die het meest gehouden werden onder ons zeelieden en de andere militaire passagiers of handelaren.

     Ik moet u ook zeggen, hoewel ik vrees dat ik u daarmee kwets, dat hij opmerkingen en uitdrukkingen gebruikte die elk sociaal contact onmogelijk maakten, die tegen alle ideeën ingingen die wij van kinds af aan gewend zijn Schrijft kapitein Saliz naar generaal Aupick. Correspondentie Baudelaire. Vertalingen Vivienne Stringa in acht te nemen, en die een gevoel van ongemakkelijkheid opriepen wanneer men hoort dat ze uit de mond van een jongeman van twintig jaar kwamen, en die ook gevaarlijk kunnen zijn voor de andere jongelui die wij aan boord hadden, en dit taalgebruik duidde nog maar eens aan hoe zijn contacten verliepen in gezelschap.

     Ik bevond mij, vanwege de plicht die ik met u ben aangegaan, in een bijzondere positie jegens hem, en, dat moet ik er bij zeggen, ik zag met name de verkeerde richting die zijn geest opging.
Zijn geest had bij mij, door zijn opleiding, door zijn capaciteit die ik in hem meende te herkennen en de zachtaardige en vriendschappelijke manieren die hij altijd met mij had, een oprechte interesse opgewekt, en ik heb mijn hoop moeten laten varen dat ik, door zijn vertrouwen te winnen, zou kunnen bijdragen aan het feit dat hij niet de kant zou opgaan waarin hij eerbaar de middelen die de natuur hem heeft gegeven zou kunnen gebruiken.

     Zijn onverbiddelijke uitdrukkingen over alles wat dit onderwerp aanging overtuigden mij al snel van het feit dat er geen enkele kans was dat ik zou slagen in iets waarin zijn ouders hadden gefaald, en ik moest afzien van een gespreksonderwerp dat soms meningen deed oproepen die niet makkelijk om aan te horen waren.
Kortom, zijn toestand aan boord, dat kan daarbij niet ontkend worden, stond in een schril contrast met het leven dat deze jongeman tot nu toe had geleefd, en bracht hem in een isolement waardoor hij, meen ik, zijn voortzetting en interesse in literatuur alleen maar vergrootte.

     Een gebeurtenis op zee zoals ik die nog nooit had meegemaakt in mijn lange carrière als zeeman, waarbij wij de dood als het ware in de ogen hebben gekeken, maar die hem niet meer ontstemde dan dat het ons ontstemde, voegde zich nog bij zijn afkeer van een reis die naar zijn idee zonder enig nut was voor hem, en hoewel hij zich steeds staande wist te houden, had hij toch ook vaak droeve momenten, waarbij ik naast mijn taak als kapitein om een boot zonder mast in goede orde te laten varen ook mijn best deed om hem af te leiden met angst voor de gevolgen.

     Tegen mijn verwachting in en tot mijn grote verbazing werd zijn verdrietige stemming alleen maar groter toen we aankwamen op Mauritius.
Ik moet erbij zeggen dat ik alles zelf wilde doen om de reparatie te bespoedigen in de haven waardoor ik de hele tijd op de werf was of bij tussenpersonen waar ik logeerde zonder dat ik Mijnheer Baudelaire daarheen had kunnen leiden, en ik zag niemand van mijn talrijke vrienden in een land waar ik al twintig jaar op bezoek kom, maar in het hotel waar hij met andere reizigers was, maakte hij geen contacten.

     In een voor hem geheel nieuw land en gezelschap was er niets dat zijn aandacht kon trekken, en evenmin kon het gemak dat hij bezit om te observeren tot leven gewekt worden.
Hij had alleen contact met een aantal geletterde mannen die onbekend zijn in een land waar zij maar een heel kleine plaats innemen, en zijn ideeën waren gericht op de wens om terug te keren naar Parijs en wel zo snel mogelijk.

     Hij wilde met de eerste boot naar Frankrijk teruggaan.
Ik vond dat ik dit moest weigeren en dat ik me moest houden aan de instructies die u me had gegeven.

     Ik bekende hem dat ik geen enkele verplichting had om hem te dwingen me te volgen, wat ik trouwens niet op me zou hebben genomen, maar ik vertelde hem wel dat hij het geld dat ik van u had gekregen niet terug kon krijgen.
Hij antwoordde me dat hij zou proberen om het zonder dat geld te doen, dat hij op Mauritius zou blijven, waar hij in korte tijd genoeg hoopte te kunnen verdienen om zijn terugreis te betalen, en daarbij heeft hij zeker al die tijd zijn genegenheid voor mij getoond.
Aan de andere kant, door wat ik zag tijdens onze vele gesprekken, door de mening van een passagier die mijn grote achting had en die met hem achterbleef, vreesde ik dat hij Nostalgie had opgelopen, die wrede ziekte waarvan ik de meest vreselijke symptomen reeds had gezien tijdens mijn reizen, en waarvan de consequenties funest konden zijn voor hem, en dat zou zwaar op mijn verantwoordelijkheid hebben kunnen liggen en dat zou ik mijn hele leven met me mee hebben moeten dragen.

     Ik moest dus op het moment dat alleen hij me nog op Mauritius vasthield, om hem aan boord te krijgen hem de hoop geven dat ik zijn wens zou inwilligen, als hij nogmaals zou aandringen.

     Zijn gedachten over de manier waarop u zijn terugkomst zou opvatten over de gedeeltelijke volbrenging van de reis - hij was inderdaad voor enige tijd uit Parijs weggegaan - droegen bij aan het feit dat ik overstag ging en ik oordeelde dat ik uw instructies opvolgde naar uw belangen door hem hier naartoe te brengen, van waaruit hij weer naar u toe zal gaan in plaats van hem in een land te achter te laten waar zijn onervarenheid en zijn verdwaalde ideeën hem aan nog veel gevaarlijkere invloeden zouden hebben blootgesteld.

     Zonder in details te treden zeg ik hier dat hij zijn idee alleen maar sterker heeft uitgewerkt, hij heeft de uitvoering van de belofte die ik hem gedaan heb op Mauritius steeds harder geroepen, waardoor ik toestemming heb gegeven voor het aan boord gaan van een boot uit Bordeaux, wat hem beviel.
Hij heeft de boot zelf uitgekozen, L'Alcide, met kapitein Judet de Beauséjour.

     Helaas vertrekt dit schip pas na mij, maar ik zal alle maatregelen nemen opdat deze tocht volgens de regels zal verlopen.

     Ik laat bij mijn tussenpersoon de heer Grangier de somma van 1.500 frank achter voor de reis die betaald zal worden bij vertrek van de boot.
In geval van gebeurtenissen die plaats zouden vinden vóór het vertrek van de boot zal men hem op een andere boot zetten.
Ofschoon mijnheer Baudelaire weinig heeft uitgegeven, op Mauritius en hier, heeft hij flink gehakt in de 1.700 franc die ik van mijnheer Noguey had ontvangen en ik zal hem direct de rest geven voor het geval er iets gebeurt op zee waardoor hij ergens losgelaten zou worden.

            Ik heb hem zo goed mogelijk aanbevolen bij de kapitein, hij is een goede kennis van me en ik hoop dat zijn terugkeer zonder incidenten zal verlopen.

     Rest mij nog u te vertellen, generaal, hoezeer het me spijt dat ik uw visies niet heb weten te volbrengen, maar mijn overtuiging is dat ik geen ander besluit kon nemen.

     Mijnheer Baudelaire zal u bevestigen, daar twijfel ik niet aan, dat ons contact, buiten de geschillen die ik u hierboven meldde, zeer vriendschappelijk waren, en ik kan u verzekeren dat ik een grote interesse voor hem aan de dag heb gelegd, en dat ik verheugd zou zijn te mogen vernemen dat hij de weg heeft genomen die u hem graag, uit liefde voor hem, wenst zien te nemen.

     Ik verneem zojuist via de tussenpersonen van L'Alcide dat dit schip, dat aan het laden is, binnen een week gereed zal zijn.
Het zal dus niet lang na mij vertrekken, want ik hoop eindelijk over drie of vier dagen mijn weg te vervolgen naar dat Bengal waar ik door al deze tegenspoed vrij laat zal aankomen.

Aan mij de eer, generaal,

Uw toegewijde dienaar te zijn. P. Saliz