Baudelaire, correspondentie Brussel, België. Aan Michel Lévy, aan O'Connell

Charles Baudelaire
Brussel, België.
Aan Michel Lévy, aan O'Connell.

Abel Grimmer. Aan  Michel Lévy, aan O'Connell. Vertaling Charles Baudelaire, Vertalingen Vivienne Stringa.

Zoom Abel Grimmer, 1575-1619. Belgisch kunstschilder.


AAN O’CONNELL
Brussel, 30 augustus 1864.


Geachte heer,


     Ik heb zojuist een brief aan Nadar geschreven, over u.
Ik wilde hem alleen maar vragen of hij de gunst die hij zo aardig aan mij wilde verlenen aan u zou willen overbrengen, en dat het gewoon onmogelijk voor hem is om hier een compagnon te vinden die aardiger is dan u.

     Ik heb er bij gezegd dat indien ik er niet ben tijdens de feestdagen, u dan gewoon zelf bij hem langs kunt gaan.
U kunt het adres van Nadar altijd vinden bij mijnheer Ghémar, rue de l’Écuyer of in de rue Neuve-Sainte-Gudule.

Met de meeste hoogachting,

Charles Baudelaire

AAN MICHEL LÉVY
Brussel, 31 augustus 1864.


Beste Michel,


    Ik wacht nog steeds op mijn zesde vel, met de correcties uitgevoerd. Ik had u twee vellen (de vierde en de vijfde) opgestuurd, die ik hier met grote verbazing heb ontvangen, omdat die twee vellen twee maal DE GOEDKEURING OM TE DRUKKEN hadden, één van u en de andere van mij (dat was vast voor mijnheer Raçon).

    Ik wilde dit er bij voegen: wat is dat voor een stuk “Double assassinat dans la rue Morgue” twee of drie maanden geleden verschenen in LE PETIT JOURNAL, zonder de naam van de vertaler, met ondertekening van Edgar Poe, en onder de rubriek GERECHTSKRONIEK?
Als u het was die het mijnheer Millaud liet doen, dan heb ik niets te vertellen, immers u bent de eigenaar van mijn vertalingen.
Maar ik zou kunnen vermoeden dat u het vergeten bent, en dat ik overigens nogal van slag ben door al dat plagiaat en die reproducties zonder toestemming.

    Ik heb hier in Duitse boeken en kranten (net zoals ik dat ook al in Engelse kranten had gevonden) lange fragmenten van mijn boeken en ook van mijn artikelen gevonden, die toch uit Franse kranten komen die vrij onbekend zijn.

Uw toegewijde

C.B.

Vergeet mijnheer Pauchet niet (Marie Roget), en ook Yriarte (Docteur Goudron et professeur Plume).

DE GERECHTSKRONIEK staat in Variétés, geen aankondiging noch advertentie voor het boek, zegt men tegen me.
Ik kan mezelf er net van overtuigen dat dit heeft kunnen gebeuren zonder uw toestemming.
Maar toch, aangenomen dat u er wel toestemming voor heeft gegeven, waarom is mijn naam dan weggelaten?
Als het gedaan is zonder uw toestemming dan is de identiteit van de twee teksten genoeg om plagiaat te bewijzen.
Ik ben al van slag door de identiteit van de twee titels.
Een publicatie is ooit al eens gedaan door mijnheer Forgues onder de titel:
     L’Assassinat de la rue Morgue.