Baudelaire, correspondentie Aan Henry de la Madelène, Aan Poulet-Malassis, aan Mme Aupick

Charles Baudelaire
Brussel, België.

Kurt Peiser. Charles Baudelaire, correspondentie Brussel, België. Vertaling Charles Baudelaire, Vertalingen Vivienne Stringa.

Zoom Kurt Peiser, 1887-1962. Belgisch kunstschilder


AAN AUGUSTE POULET-MALASSIS
Brussel, 31 oktober 1864 —middernacht—

 

Waarde,

     Ik ben zo ongelukkig door dit leven van verspilling zonder plezier, dat ik als middel om me te dwingen thuis te blijven en me van andere besognes te verlichten, het bizarre werk dat u mij voorstelt accepteer.
Laat stroken plakken naast de marges van uw vertaling, en geef mij een Latijnse uitgave en twee lexicons.
Voor het salaris, wat u maar wilt. Betaling, zoals u wilt, in geld of wissels, of anders mee te tellen als aftrek van mijn schuld.
Ik voeg er niettemin het volgende aan toe, en dat is dat ik hoop dat dit u zal aanmoedigen mij het Satyricon toe te vertrouwen, een opdracht waar ik met trots mijn naam op zou willen zien staan, en een kritiekwerk over Laclos.

 

Uw toegewijde,

C.B.

Heeft u wel twee Latijnse versies? Het zou mooi zijn indien degene die u mij leent geen waarde heeft en vies mag worden door potlood. Brede marges. Een vel briefpapier.

AAN MADAME AUPICK
Brussel, 3 november 1864.

 

     […] zijn antwoord. Volgens zijn antwoord maak ik het boek af zonder iets aan Le Figaro te geven. Publiceer meteen (ondanks de oorspronkelijke tegenzin die ik had om een saterboek over België te publiceren terwijl ik zelf in België ben).

     Lieve moeder, dit zijn dan alle verklaringen van mijn gedrag.
Dit is de reden waarom ik niet schreef. Ik wacht op belangrijk antwoord uit Parijs, en ik wilde je aangenaam nieuws aankondigen.

     Daarom zei ik ook twee dagen geleden tegen je: Schrijf niet naar mijnheer Ancelle. Die geweldige man dacht dat hij goed handelde toen hij deed wat hij deed; hij is alleen een beetje onhandig geweest maar met goede bedoelingen.

     Hoe gaat het met je? Dat is voor mij het belangrijkste dat ik altijd het eerst zoek in je brieven.

     Wat mij betreft, naar het schijnt ben ik geacclimatiseerd hier. 
Eindelijk na zoveel tijd ben ik beter, en ik zou maar wat graag eten als er tenminste met plezier gegeten kon worden in dit land.
Het seizoen van de reumatiek is daarentegen wel weer terug.

     Les histoires grotesques et sérieuses komen eindelijk ook uit.
Maar Le Spleen de Paris, dat vervloekte boek waar ik zo op rekende, is op de helft lijven steken.
Ah! Wat verlang ik ernaar om thuis te komen!
Er zit dus echt wel een groot gevaar in om een bepaald werk lange tijd onderbroken te laten, en om meerdere dingen tegelijk te doen. Dan verlies je de draad van je gedachten vaak, en dan kan je de spirituele sfeer waarin je eerst zat niet meer terugvinden.

     Je krijgt deze brief op de dag van onze feestdag.
Ik kan je niets opsturen behalve dan de bevestiging van de wens om weer bij jou te wonen.
Wij hebben ons samen nooit verveeld, en ik denk dat wij net zo gelukkig zullen zijn als we mogen zijn.

Charles.

AAN HENRY DE LA MADELÈNE
Brussel, 3 november 1864.


Beste La Madelène,


     In een klein Belgisch krantje stond een advertentie waarin ik zag dat u eindelijk uw plan heeft verwezenlijkt om een literaire krant op te richten. Alleen, hoe komt het dat dit La Nouvelle Revue de Paris is?
Zou u misschien vijf minuten kunnen vinden om me dat uit te leggen?

     Moet ik weer verder gaan met Le Spleen de Paris (Poèmes en prose), en als dit genre hersenspinsels u bevalt, hoeveel materiaal wilt u dan, en voor wanneer?

     Wilt u mij een kleine dienst bewijzen, - ik ben niet meer op de hoogte.
Is Julien Lemer nog in leven? Wilt u naar hem toegaan en hem vragen of hij mijn zaken op zich zou willen nemen, dat wil zeggen vier boeken voor mij verkopen aan boekhandelaren, waarvan er één (Pauvre Belgique!) zo’n zware bevalling voor me is, die gelijk is aan diegene die ik altijd al heb moeten ondergaan.

     Als Lemer een beetje tijd aan mij wil besteden en indien hij mijn zaak tot een goed einde brengt, dan zal ik hem ook nog een paar andere dingen toevertrouwen.
De boeken in kwestie zijn Les Paradis artificiels. Réflexions sur mes contemporains, poètes et peintres,  en als laatste Pauvre Belgique.

     Als hij ja zegt – dan schrijf ik hem wel een brief met uitleg, en met een inhoudsopgave.

     Ik zoek al zolang een man die voor mij doet wat ik zelf zo slecht kan.

     Ik moet bekennen dat ik erg bang ben dat Lemer het plan heeft dat hij ze voor zichzelf wil kopen (deze zin hoeft u hem niet te vertellen) .

     Zo snel mogelijk antwoord alstublieft, en pardon dat ik u hiermee stoor.

     Adrien heeft me uw brochure cadeau gedaan over E. Delacroix, en ik heb gezien, wat ik al wist, dat u trouw was aan verheven gevoelens.

Uw toegewijde,

    Ch. Baudelaire

    Hotel du Grand Miroir,

    Rue de la Montagne,

    Brussel.

Als u onze vrienden Manet, Lejosne, en Bracquemond tegenkomt, duizend maal dank.

De financiële situatie van J. Lemer vind ik niet belangrijk.
Ik bedoel dat zijn situatie (die ik niet ken) mijns inziens niets te maken heeft met wat ik aan hem vraag.

Ik vrees ten zeerste dat ik niet binnen een maand in Frankrijk zal zijn.