Correspondentie Baudelaire: België. Aan Sainte-Beuve. Brussel, 3 september 1865.

Charles Baudelaire
Brussel, België.

 Patrick de Spiegelaere .Charles Baudelaire, correspondentie Brussel, België. Vertaling Charles Baudelaire, Vertalingen Vivienne Stringa.

Zoom  Patrick de Spiegelaere 1961-2007. Belgisch fotograaf.

AAN SAINTE-BEUVE
Brussel, 3 september 1865.

 

Beste vriend,

    Wat zou u goed en aardig zijn, indien u vijf minuten van uw dagelijkse bezigheden zou kunnen besteden aan het schrijven van enkele regels aan mij!

    Ik ben hier (in Brussel) 15 juli weer teruggekomen. Niets nieuws over de zaak Lemer-Garnier sinds 9 augustus, de dag waarop ik een brief van Lemer kreeg, waarin hij me vertelde dat hij Hippolytre Garnier drie maal had gezien, en dat hij hoopte dat het voor de 12e afgesloten zou kunnen worden, omdat Garnier de 12e opnieuw op reis moest.  - Sindsdien, volledige stilte.
Lemer is een te enthousiaste discipel van Pythagoras.
En hij weet niet wat het is voor de zenuwen van mensen in ballingschap, zonder berichten en zonder communicatie.

    (Is de affaire niet doorgegaan? Of is het uitgesteld tot de terugkeer van Garnier, en is deze nog steeds niet terug? Er valt niet achter te komen.)

    Maar Maar wat me erg vooruit zou helpen in mijn gezwoeg van veronderstellingen, dat is dat ik wil weten of u geraadpleegd bent. Vertel het me, alstublieft, dat is alles wat ik van u vraag.
Als u geraadpleegd bent, dan is dat voor mij een bewijs dat de affaire gelukt is.
Maar, omdat u mij net zo goed kent als ik mezelf ken, als u mij enkele beledigingen wilt toezenden omtrent mijn zwakke karakter, mijn ontmoediging, zeg die dan maar, vooruit. Beledigingen van u doen mij een plezier, en dat bewijst me tenminste dat u in goede gezondheid verkeert.

    Als ik tien pagina's zou vullen met de indrukken die ik heb opgedaan van uw laatste boek dat u mij gegeven heeft, weet ik zeker dat ik u zou amuseren.
Ik heb het langzaam gelezen, want lezen in de trein vermoeit mijn ogen, en in dit gemene klimaat word ik aangevreten door zenuwpijnen.
  - Ik ken mijnheer Deleyre nu; maar u heeft me hem zo duidelijk gemaakt dat ik nu de indruk heb dat ik andere Deleyres ken. Het is geen individu meer; het is een genre geworden.

    Om uw opsomming van het hele leger aan huichelaars en ultra's onder de tijd van de Restauration heb ik zo moeten lachen, als een gek (en ik lach hier nauwelijks).

    Maar, over het algemeen,  wat me het meest opviel in uw boek is de toon van rechtvaardigheid, van gelijkwaardigheid, het is een soort filosofisch goed humeur waardoor men kan zien wat goed is en zelfs daar waar uw eigen voorkeur niet ligt.
Nooit zal ik die goede eigenschap kunnen krijgen.

    Over Rodin, en de boeken waarin de haat staat beschreven van het volk jegens de congregatie, daarin bent u vergeten Le monde tel qu'il est te noemen, door de Custine, die de boeken van E. Sue ver vooruit was.
Het is een boek dat me heel verrassend leek, echt.
Een boek dat Balzac te misantropisch vond, en dat hij hetzelfde verweet als wat men later La Comédie Humaine zou gaan verwijten.
Ik doel hiermee op een onuitgegeven artikel van Balzac, teruggevonden door Dutacq.

    Uw werk over Lacordaire is lumineus. Er zitten in uw werk een massa heel grootse kleine dingetjes, ik bedoel heel suggestief, die fijn zijn om begrepen te worden.
Ik ken de zwakke kanten van P. Lacordaire heel goed; maar ik houd nog steeds van die grote fraseurs, zoals ik van schilderkunst en muziek houd.
U kunt gerust zijn op dat gebied, net als bij alle mensen zal de sensualiteit ook bij mij met de tijd verdwijnen.

    Ik heb het artikel Salammbô en de repliek gelezen. Onze geweldige vriend heeft al met al gelijk dat hij zijn droom ernstig verdedigt.
U had gelijk dat u hem lachend liet merken dat hij soms wat geraffineerd is omdat hij zo ernstig is. Maar misschien heeft u op sommige plaatsen iets te hard gelachen.

Kijk hoe ik me verveel, dat ik zo klets dat ik tegen ú praat over uw eigen boeken!

Vergeef me, en houd van mij.

Ch. Baudelaire.

rue de la Montagne 28,
Brussel.

  Inhoudsopgave     Volgende brief