Charles Baudelaire : Brussel, België. Aan Michel Lévy. 1 juni 1864

Charles Baudelaire
Brussel, België. Aan Michel Lévy

Gustave van de Woestijne. Charles Baudelaire : Een keuze uit zijn brieven. Brussel, België.  Aan Michel Lévy.  1 juni 1864 vertalingen Vivienne Stringa

Zoom Gustave van de Woestijne. 1881-1947. Belgisch kunstschilder.
De slechte zaaier - 1908

AAN MICHEL LÉVY
Brussel, 1 juni 1864

 

Ch. Baudelaire.
Hôtel du Grand Miroir,
Rue de la Montagne,
Brussel.

Beste Michel,

    Ik doe nog een laatste poging bij u. Het schijnt dat ik maar weinig voorstel, nog veel minder dan ik zelf dacht, blijkbaar, want ik kan het dus niet voor elkaar krijgen dat u maar een halve minuut van uw tijd besteden wil om mij drie regels te schrijven.

    U heeft me een papier laten tekenen waarmee u het recht kreeg om mijn drukproeven door wie dan ook te laten corrigeren. Dat is gedaan om me een voortdurende angst toe te brengen, gezien mijn ellendige karakter.
U heeft me de 17e een vel gestuurd dat ik u de 18e heb teruggestuurd, waarbij ik u vroeg om nog een drukproef, en waarin ik u smeekte om op mijn terugkeer naar Frankrijk te wachten voor het drukken van het boek.

    Toen ik bij mijnheer Rops in Namen was, is er een drukproef (tweede vel) gekomen (geen tweede drukproef van de eerste) . Ik weet niet eens of u mijn gecorrigeerde drukproef wel heeft ontvangen.

    Maar nu staat het er zo voor: een boek als Marie Roget is een verslag van een gerechtelijk onderzoek – net als L’Assassinat de la rue Morgue – en dat vraagt om een precisie, een exactheid en een nauwkeurigheid tot in de kleinste details, en, in het geval van citaten die uit het begin komen, om een absoluut sluitende gelijkenis Gustave van de Woestijne. Charles Baudelaire : Een keuze uit zijn brieven. Brussel, België.  Aan Michel Lévy.  1 juni 1864 vertalingen Vivienne Stringavan die herhaling van citaten aan het eind.

    Men hoeft helemaal geen echte schrijver te zijn om het belang van wat ik u schrijf te begrijpen, en ik weet dat u genoeg Edgar Poe heeft gelezen om me te begrijpen.

    Bovendien, dankzij mijn ouderdomsverziendheid, en omdat ik me zo heb moeten buigen over veel te fijngedrukte drukletters, heb ik een nogal verkeerde interpretatie gedaan die nu van begin tot eind door het hele boek loopt.

    Ook al is het eerste vel gedrukt, dan vraag ik om alles opnieuw te doen, ook voor maar enkele woorden die herhaald moeten worden op een paar plaatsen.

    Ik heb momenteel geen geld. Ik zal terug naar Parijs komen met geld, en zelfs als ik geen geld heb, weet ik waar ik geld zal kunnen vinden in Parijs, als ik aankom, voldoende om het klaarmaken, het papier en het drukken te kunnen betalen van dit eerste blad. Dat kunt u mij niet weigeren.
U moet weten, mijn waarde, dat ik maar uit één deugd ijdelheid haal, en dat is uit mijn liefde voor het vak. Onteer me niet, en onthoud me mijn tweede drukproeven niet.

    Ik heb hierover gisteren een brief geschreven aan mijnheer Noël Parfait. Mocht ik geen bericht van u krijgen over de volgende twee punten:

- Eerste vel van Marie Roget. Is het al klaar voor de druk, en mag ik hem herlezen?

- Kan ik Marie Roget helemaal herlezen, alles tegelijk, op dezelfde dag, en in één keer?

    - Dan weet ik niet wat ik ga doen.

    Voortaan zal ik pas naar Namen, Antwerpen of Brugge gaan, zelfs voor mijn eigen belangen, nadat ik u daarover ingelicht heb.

    - Voor mijn vraag om L’Entre’acte, bedankt daarvoor.

    Als u over enkele dagen in Le Figaro het begin van een reeks ziet die Lettres belges heet, ondertekend door Charles de Féyis, let dan goed op.
(Je weet nooit wat er van je wordt bij de heer de Villemessant.)

Uw toegewijde, maar antwoord mij, alstublieft. – C.B.