Baudelaire, correspondentie Brussel, België. Aan Madame Aupick, 14, 22 augustus 1864.

Charles Baudelaire
Brussel, België.
Aan Madame Aupick, zondagochtend 14 augustus, maandag 22 augustus 1864.

 Pieter Brueghel. Baudelaire, correspondentie Brussel, België. Aan Madame Aupick, zondagochtend 14 augustus 1864, maandag 22 augustus 1864. Vertaling Charles Baudelaire, Vertalingen Vivienne Stringa

Zoom Pieter Brueghel. Belgisch kunstschilder. De val van Icarus.


AAN MADAME AUPICK
Brussel, zondagochtend 14 augustus 1864.

 

    Maar, lieve moeder van me, het is meer dan ik verwachtte. Dus er is genoeg voor de drie voorwerpen. Duizend maal dank.

    Je hebt het over een dieet, maar dat is makkelijk. Alles is vies hier, behalve de wijn. Het brood is vies.
Het vlees is van zichzelf niet vies, maar wordt vies door de manier waarop het wordt bereid. Mensen die in hun eigen huis wonen die hebben het beter.
Maar het hotel, het restaurant, de Engelse taveerne, dat alles is smerig.
Ik moet zeggen van de rest dat ik door de toestand van walging waarin ik me bevind alles nog viezer vind.

    Malassis heeft zijn kokkin een beetje geleerd om te koken. Als ik niet zo ver van hem af woonde, dan denk ik echt dat ik hem een maandbedrag zou betalen om bij hem te mogen eten.

    Ik ga koude darmspoelingen nemen met laudanum.

    Wat zo onverdraaglijk is met die maag- en darmproblemen, is dat je er lichamelijk zo zwak van wordt en je geest wordt er zo triest van.

    Het staat vast, ik denk dat ik donderdag naar Parijs ga, ik schrijf je nog, ofwel vanuit hier, ofwel wanneer ik terug kom.

    Moet ik nu echt gaan geloven dat al die artikelen die ik met zoveel pijn en moeite geschreven heb over schilderkunst en poëzie geen enkele handelswaarde hebben?
Als ik denk aan al dat vuilnis en aan al die onbenulligheden die zo makkelijk verkocht worden!

    Ik wil weten waarom mijn artikelen niet in L’Opinion, La Vie parisienne en Le Monde Illustré komen, en waarom La Vie parisienne geen 400 frank heeft gestuurd naar een man die ik had aangewezen.

    De persoon waar ik zo ongeduldig op wachtte is toch eindelijk teruggekomen.
Hij zegt dat mijn brieven met vreugde zijn aangenomen. Ik heb daar nooit aan getwijfeld, maar daar schiet ik nog niets mee op.
Hoeveel krijg ik betaald voor iedere brief? Zal de krant zich het recht voorbehouden om er maar een paar uit te halen?
Stemmen ze er mee in om me vooruit te betalen, en om pas te publiceren als ik weer in Frankrijk ben? – geen enkele van deze vragen is besproken.

    Heel veel liefs. Groeten aan mijn schoonzuster.

AAN MADAME AUPICK
Brussel, maandag 22 augustus 1864.


Lieve goede moeder,


    Het was echt helemaal verkeerd van me om je vertellen over mijn Belgische gezondheid, het heeft je zo geraakt. Is er ooit een moeder van jouw leeftijd geweest die op weg wil gaan omdat haar zoon een rotte buik heeft door slecht klimaat!

    Maar in het algemeen heb ik een uitstekende gezondheid, want ik heb toch nog nooit een ziekte gehad. Dat ik een beetje lijd aan wat kleine kwaaltjes, reumatiek, zenuwpijnen, etc., wat geeft dat nou? Dat komt wel vaker voor.
Daar moet je je bij neerleggen.
Wat die kwaal betreft, nogmaals, ik heb andere Fransen gezien die het net zo te pakken hadden gekregen als ik, en die ook maar niet konden wennen aan dat lelijke klimaat.
Zou je geloven dat de kou alweer terug is hier, en dat na een paar dagen van zompige en verstikkende hitte, de zomer alweer weg is?
Trouwens, ik heb niet zoveel tijd meer om te blijven. Ik stel mijn reis naar Parijs uit tot het eind van de maand.
Hoe meer manuscript ik mee kan nemen, hoe meer kans ik heb om geld op te halen.
Die vijf of zes steden die ik moet gaan zien, ik weet zeker dat ik aan een week genoeg heb.
Ik zou dit gedeelte van het boek in Parijs of in Honfleur kunnen redigeren.
Ik hoef je niet te vertellen dat als ik besluit om het begin vóór mijn vertrek te publiceren, ik je dat dan vertel.

    Ik heb Malines bezocht. Dat is een apart stadje, heel vroom, heel pittoresk, vol met kerken, stilte en gazon, en met voortdurende carillonmuziek.

Ik omhels je met heel mijn hart.

Charles.

    Zolang ik niet heb onderhandeld voor mijn vier boeken: Belgique, Paradis artificiels en Contemporains , blijf ik ongerust en slecht gehumeurd.

    Vertel me hoe het met je gaat.

    Je hebt me een enorme dienst bewezen, nogmaals mijn dank daarvoor.