Baudelaire, correspondentie, aan Mme Aupick, Parijs, dinsdagavond 21 november 1837.

Charles Baudelaire
CORRESPONDENTIE
Zijn jeugd

Vertalingen Vivienne Stringa.

AAN MADAME AUPICK
Parijs, zondag 26 november 1843.

16 jaar oud

Er was vanochtend geen proefwerk.

Lieve moeder,

    Ik ben derde in gedichten. Na dit schrijf ik je om je iets te vragen wat ik niet durf te vragen, maar goed, dan maar: het is geld voor een geschiedenisboek. Ik ben weer op onderzoek uitgegaan.
De conrector heeft me L’Histoire van de president Hénault aangeraden. Een van de zusters was zo aardig om dat boek bij de tweedehands boekhandelaren te zoeken. Ze heeft het voor me meegenomen. Vijf mooie tweedehands boeken, voor 7 frank. Morgen komen ze terug voor het antwoord of ik ze neem, en ze nemen ze weer mee terug als ik ze niet wil.
Arme moeder, ik ben zo bang dat ik je geldgebrek geef.
Zie maar, jij bent de baas. Ik mag je geen enkel verwijt maken als je me het weigert.
Maar ik geef toe dat ik me wel zou schamen om die boeken terug te sturen na al die moeite die men gedaan heeft om ze voor me te vinden. Daarbij, het zijn mooie boeken, en heel nuttig.
Als het in mijn voordeel mag zijn, dan wil ik je aan één ding herinneren: vorig jaar schreef ik je om je te vragen om Le Cours de littérature latine van Noël; die heb jij toen betaald.
Wel, ik weet zeker dat ik mijn prijs voor gedichten aan Noël te danken heb. Ik wil niet beweren dat L’Histoire de France van Hénault van mij een briljante leerling in geschiedenis zal maken, helemaal niet, maar misschien zal ik aan die 7 frank van jou mijn kennis van de geschiedenis van Frankrijk danken.
Zie maar. Als je het goed vindt, kom dan, of, als je op bed ligt, stuur Joseph dan met geld, of schrijf me om me de boeken terug te sturen. Het spijt me dat ik je zoveel geld vraag, maar nooit vraag ik je geld voor onbeduidende dingen. Nooit kopen we koekjes meer, echt, ik heb in de ziekenboeg geen weekgeld nodig, of het moet voor papier zijn.
Dan vraag ik je dat wel, haal dan het geld voor dit boek dan ook maar van mijn weekgeld af.

Vertel mijn plaats maar aan papa, hoewel het niet zo’n goede is.

Charles.

  Inhoudsopgave     Volgende brief