Baudelaire, correspondentie. Aan mme Aupick. Bordeaux, 16 februari 1842.

Charles Baudelaire
CORRESPONDENTIE
eerste deel volwassen periode

Vertalingen Vivienne Stringa.

AAN MADAME AUPICK
Bordeaux, 16 februari 1842.

 

Lief moedertje,

 

    Vanaf vandaag over twee of drie dagen kom ik je omhelzen. – Ik heb twee lelijke oversteken gemaakt – maar omdat we nog samen kunnen praten en mogen lachen is onze Lieve Heer toch niet helemaal gemeen.

    Mijnheer Zédé vertelde me hier dat je heel erg ongerust was, en dat je het je niet kon voorstellen dat een oversteek zo lang duurde – maar ik ben pas op 4 november uit Bourbon vertrokken, op onze naamdag.
Ik heb geen enkele brief uit Parijs aangetroffen – in Port-Louis, in Saint-Denis – zelfs in Bordeaux niet.

    Men zegt hier dat het zonder al je ongerustheid goed met je gaat.
Des te beter. – Op zee moest ik de hele tijd maar denken aan je arme gekoesterde gezondheid.

Nu kun je gerust zijn. Rijtuigen raken minder snel vermist dan schepen.

C. Baudelaire

Ik omhels je van veraf in afwachting van betere tijden.

AAN MADAME AUPICK
ongedateerd

Lieve moeder,

Het is zeven uur, ik kom lopend van het platteland, uitgeput en doorweekt. Vergeef het me dat ik hier stop en thuisblijf.

Boodschap is betaald.

Charles.

AAN MADAME AUPICK
ongedateerd

Ik stierf van de honger en ik heb om 3 uur geluncht.

Ik moet een boodschap regelen. Maar ook al kan ik niet bij jou eten, ik kom bij je om 6 of 7 uur.

De boodschap is betaald.

Charles.

AAN MADAME AUPICK
ongedateerd

Lieve moeder,

Ik stuur je de kist van Louis - laat de drager iets krijgen – voor zijn boodschap.

Ik kan je niet eerder dan pas over twee dagen zien.

Schrijf me een briefje om wat van je te laten horen.

C. B.

AAN MADAME AUPICK
ongedateerd

Lief moedertje, ik ben een beetje ziek en kan nergens gaan eten, zelfs niet bij jou. Je zult wel raden hoe erg ik dat vind.

Ter compensatie zend ik je veel liefs.

C . Baudelaire

  Inhoudsopgave     Volgende brief