Charles Baudelaire aan Marie Escudier. Parijs, 4 december 1862.

Charles Baudelaire
CORRESPONDENTIE
Tweede deel volwassen periode

Vertalingen Vivienne Stringa.

 

AAN MARIE ESCUDIER
Parijs, 4 december 1862.

 

Geschte heer,

    U zult wel vermoeden dat ik na zo'n mooie ontvangst waarop de heer A. Chevalier, die illustere onbekende, me heeft getrakteerd, niet echt geneigd ben nog een voet te zetten bij Le Pays.
Als Le Pays zin heeft in het artikel Salammbô, moeten ze dat maar aan Michel lévy vragen, bij wie ik het zal afgeven.

    Voor wat betreft Le Peintre de la vie moderne, dat al zo vaak is toegelaten, en dat deze heer niet wil drukken, HOEWEL HET ARTIKEL AL WEL BETAALD IS, dat zal ik nog even een tijdje in handen van de heer Ribau laten, en wanneer het me elders gevraagd zal worden, zal ik het laten ophalen.
Ik denk toch wel dat ik al voldoende tijd heb laten zien dat ik geduld had, en dat ik een welopgevoede man met manieren ben. Laat mijn brief maar zien aan wie u maar wilt, aan de heer Chevalier of aan de heer d’Anchald, aan wiens instructies gen gehoor is gegeven.

    Wat u persoonlijk betreft, mijn hartelijke dank voor de welwillendheid die u mij getoond heeft in deze affaire.

    Ik heb de Richard Wagner en Tannhäuser in Parijs niet hier thuis.
Maar als ik niet aan een exemplaar voor u kan komen, wat maakt het uit?
Ik schrijf uw naam op voor een exemplaar van mijn complete werk met kritieken, die absoluut zeker dit jaar zal verschijnen.

    Uw toegewijde,

Ch. Baudelaire.

Rue d’Amsterdam 22.

Een idee: verschijnt Le Pays iedere dag met de eerste drie pagina’s blanco?
Wat betreft de advertenties, daar begrijp ik van dat die niet geweigerd worden.

  Inhoudsopgave     Volgende brief