Baudelaire ann Malassis. Parijs, 5 december 1860.

Charles Baudelaire
CORRESPONDENTIE
Tweede deel volwassen periode

Vertalingen Vivienne Stringa.

 

AAN AUGUSTE POULET-MALASSIS
Parijs, 5 december 1860.

 

Beste vriend,

    Ik lees uw brief even in vogelvlucht en ik denk (totdat ik er een meer uitgebreide ontwarring van gemaakt heb) dat er een droom in staat, vol met onverstandige dingen.

    Waarde vriend van me, laten we goed nadenken. Voor geen goud zou ik weigeren om een voor u nuttige stap te doen.
Maar, serieus, zijn we daar nu wel aan toe? En bovendien, besef goed dat het vreselijk kostbaar is voor mij om bij u weg te gaan.
Even tussen ons, er is meer dan alleen de met geld betaalde diensten (waar er toch veel van zijn) dat mij aan u verbindt.
  Er is een zekere charme, die voor mij elders niet bestaat.
Ik ben u heus niet lollig het hof aan het maken.
U weet dat u minder snel verkoopt dan andere uitgevers.
Dus, u kunt niet de betekenis van vriendschap ervan verdenken dat die dicteert wat ik u schrijf.

Hoe het ook zij, helaas ook, geloof ik dat als Hetzel iets van mij wil, dan is dat in ieder geval niet iets van mijn kritieken, waar hij de waarde niet van weet.

Ik was de 45 vergeten!!!

    Wat betreft de delegatie, dat wordt heel makkelijk, want Wagner had me zijn boek opgestuurd (ik weet niet of hij al in de verkoop is), waardoor ik gedwongen word om meteen relaties met Grandguillot aan te knopen.

Ik zal proberen bij u langs te komen, morgen of overmorgen.

Uw toegewijde.

C.B.

Vandaag alweer een vreselijke dag, op straat doorgebracht.
Wissels geweigerd, en de musicus plotseling zomaar naar Londen vertrokken, zonder afscheid te nemen!

Gelukkig, ik kreeg een brief van hem.

Ik heb acht goedkeuringen om te drukken aan Simon Raçon gegeven.
Sindsdien geen enkele proefdruk ontvangen.

Ik wil dat het portret uitmuntend wordt.

  Inhoudsopgave     Volgende brief