L'enfer c'est les autres. De hel, dat zijn de anderen

Jean-Paul Sartre
« De hel, dat zijn de anderen»
L'enfer, c'est les autres

De hel, dat zijn de anderen. Odilon Redon, 1840-1916. Vertalingen Vivienne Stringa.

Zoom  Stilte (Silence). Odilon Redon, 1840-1916.

 

De hel, dat zijn de anderen

 

Wanneer je een toneelstuk schrijft, zitten daar altijd incidentele oorzaken en grote zorgen bij.
De incidentele oorzaak is, toen ik, rond 1943 en begin 1944, Huis clos schreef, dat ik drie vrienden had en ik wilde graag dat zij in een toneelstuk gingen spelen, een toneelstuk dat ik geschreven had, zonder een van hen te bevoordelen.
Dat wil zeggen, ik wilde dat zij alle drie de hele tijd samen op het toneel zouden staan. Omdat ik dacht dat als er eentje weg zou gaan, hij dan zou kunnen denken dat de andere twee een betere rol zouden hebben zodra hij wegging. Ik wilde hen dus bij elkaar houden.
En toen dacht ik: hoe kun je drie personen bij elkaar houden zonder een van hen er ooit uit te sturen en hoe kan ik ze tot aan het einde samen op het podium houden, alsof het voor eeuwig was.
Toen kreeg ik het idee om hen in de hel te laten zitten en ze ieder de rol te geven van beul van de andere twee.

Dat is dus de incidentele oorzaak.
Uiteindelijk hebben die vrienden het stuk niet gespeeld, want het werd gespeeld door Michel Vitold, Tania Balachova en Gaby Sylvia.
Maar op dat moment waren er zorgen van algemenere aard en ik wilde toen iets anders uitdrukken in het stuk wat me toen door de gelegenheid werd gegeven.

Ik bedoelde “De hel, dat zijn de anderen”

Maar “De hel, dat zijn de anderen” is altijd verkeerd begrepen geweest.

Men dacht dat ik bedoelde dat onze relaties met anderen altijd vergiftigd waren, dat contacten altijd hels, of bedorven waren. Maar ik bedoelde daar iets heel anders mee.
Ik bedoel als contacten met anderen verstoorde contacten zijn, niet oprecht, dan kan de ander alleen maar de hel zijn.
Waarom? Omdat de anderen, eigenlijk, het belangrijkst zijn in onszelf voor onze eigen kennis over onszelf.

Als we over onszelf nadenken, als we proberen onszelf te kennen, dan gebruiken we eigenlijk de kennis die anderen al over ons hebben, wij oordelen over onszelf met de middelen die de anderen hebben of gegeven hebben om over ons te oordelen.
Wat ik ook over mezelf zeg, het oordeel van anderen zit daar altijd tussen.
Wat ik ook over mezelf voel, het oordeel van de ander komt daar altijd tussen.
Dat betekent dat als mijn contacten niet goed zijn, ik me blijkbaar totaal afhankelijk opstel van anderen en ik dus inderdaad in de hel zit.

En er zijn heel veel mensen op deze wereld die in de hel zitten omdat ze teveel afhankelijk zijn van het oordeel van anderen.
Maar dat betekent helemaal niet dat we geen contact met anderen kunnen hebben, het geeft alleen maar aan hoe enorm belangrijk al die anderen zijn voor ons.
Het tweede wat ik ermee wil zeggen is dat die mensen niet op ons lijken.

De drie mensen die u in Huis clos zult zien lijken niet op ons in de zin dat wij allemaal levend zijn en dat zij dood zijn.
Uiteraard symboliseert “dood” hier iets.
Wat ik wilde aangeven is juist het feit dat veel mensen vastgeroest zitten in een hele reeks gewoontes, en ze zijn hier zo aan gewend dat ze oordelen over zichzelf hebben waaronder zij lijden maar zij willen die niet eens veranderen.
En die mensen zijn eigenlijk dood, in die zin dat zij de muur rondom die zorgen, gewoontes en gebruiken niet kunnen openbreken en zij blijven juist op die manier slachtoffer van de oordelen die de anderen over hen hebben geveld.

Vanuit dit punt bekeken is het duidelijk dat zij laf of gemeen zijn.
Want, ook al zijn ze zelf begonnen met laf te zijn, er komt geen enkele verandering in die lafheid.
Daarom zijn ze dood, precies daarom. En je kunt zeggen “het is een levende dood”, als je de hele tijd zo bezorgd bent om wat anderen van je denken en om de handelingen die je niet wilt veranderen.
En daarom heb ik, omdat wij levend zijn, eigenlijk via het absurde willen laten zien hoe belangrijk vrijheid bij ons is, hoe belangrijk het is om daden te veranderen in andere daden.
In wat voor helse omgeving wij ook zitten, ik vind dat het ons vrij staat om die te doorbreken.
En als de mensen die niet doorbreken, dan blijven ze er dus in zitten uit vrije wil.
Dus ze zetten zichzelf vrijwillig in die hel.

Dus “het contact met anderen”, “vastgeroest zitten” en “vrijheid”, vrijheid van de andere kant die gesuggereerd wordt, zijn de drie thema’s uit het toneelstuk.
Ik zou graag hebben dat men die zich herinnert als u weer eens hoort zeggen…:

“De hel, dat zijn de anderen”

Als laatste wilde ik er nog aan toevoegen dat mij in 1944 bij de eerste opvoering iets heel moois overkwam, zeldzaam voor toneelschrijvers: de personages werden zo goed gespeeld door de drie acteurs, en ook door Chauffard, de helbediende die hem sindsdien altijd is blijven spelen, dat ik me nu mijn eigen ingebeelde personen niet meer anders kan zien dan in de vorm van Michel Vitold, Gaby Sylvia, Tania Balachova en Chauffard.
Het stuk is sindsdien ook door andere acteurs gespeeld, en ik wil met name even benadrukken dat ik ook Christiane Lenier heb zien spelen, en ik heb met bewondering gekeken naar hoe uitstekend zij de rol van Inès heeft gespeeld.

Jean-Paul Sartre

 

Les Centaures, Musiciens. Odilon Redon. 1840-1916. Vertalingen Vivienne Stringa.

Zoom   De Centauren, Muzikanten / Les Centaures, Musiciens. Odilon Redon.