Correspondentie Baudelaire, aan Narcisse Ancelle. Parijs, 1 augustus 1854.

Charles Baudelaire
CORRESPONDENTIE
Tweede deel volwassen periode

Vertalingen Vivienne Stringa.

AAN NARCISSE ANCELLE
Parijs, 1 augustus 1854.

 

    Het Hotel de Ville moet afgezegd worden. Vanaf vandaag moet ik het drukke leven in.
Ik weet niet of ik tot 5 augustus een paar honderd frank kan vinden om Arondel te ontvluchten, maar ik kan in ieder geval niet als een speler zonder geld blijven.
Ik vraag u niet om de 100 frank waarvan u het reçu heeft, ik weet dat u ontzet bent over het geld dat u geeft, zoals anderen verblind kunnen zijn door het geld dat zij krijgen.
100 frank, dat gaat uw krachten te boven. Doe dan gewoon 50 frank.
Ik ben het papier kwijt van Le Bon Pasteur.

    Omdat ik u binnenkort moet gaan bezoeken, (ik heb uw Schiller weer terug), als ik deze brief niet teruggevonden heb, dan zal ik u om een andere vragen.
Die 50 frank zijn alleen voor mij, die 100 frank heb ik aan mevrouw Lemer gegeven.

    Ik heb een oneindig lange brief van mijn moeder gekregen, en ze is vertrokken zonder naar me toe te komen.

Ch. Baudelaire.

  Inhoudsopgave     Volgende brief