Charles Baudelaire aan Eugène Crépet. Parijs, ongeveer 10 juni 1861.

Charles Baudelaire
CORRESPONDENTIE
Tweede deel volwassen periode

Vertalingen Vivienne Stringa.

 

AAN EUGÈNE CRÉPET
Parijs, ongeveer 10 juni 1861.

 

    Inderdaad, ik had u de proefdruk (van Hugo) doen toekomen voor de drukkerij. Claye zal hem morgen krijgen, en dan zal ik hem nog een keer lezen.

    Let goed op de citaten in Le Vavasseur, die krioelt van de bizarre fouten, waaronder twee of drie foute verzen, en een onbegrijpelijke strofe.

    Ik smeek u, praat me niet meer over uw bijna naakt.
Ik heb ermee ingestemd om in alle aantekeningen alles te schrappen wat te scherp was en mensen kon kwetsen. Hier gaat het om een andere zaak. Ik verzeker u dat ik mijn Le Vavasseur ken.
In Valmore zal ik nog een regel met een aantekening toevoegen.

    Geef de boodschappenjongen het kleine deel mee met de gedichten van Pierre Dupont.
Als ik niet nog een strofe meer citeer, zal het citaat onleesbaar worden.

Uw toegewijde,

C.B.

  Inhoudsopgave     Volgende brief