Baudelaire, correspondentie, aan Madame Aupick, Parijs, januari, februari 1838

Charles Baudelaire
CORRESPONDENTIE
Zijn jeugd

Vertalingen Vivienne Stringa.

AAN MADAME AUPICK
Parijs, januari 1838.

17 jaar oud

Lieve moeder,

    Omdat je vandaag niet naar school bent gekomen, veronderstel ik dat je ziek bent, of dat de kapper of iets anders je verhinderd hebben om te komen. Dus schrijf ik je om me morgen op het gewone tijdstip op te laten halen.
Ik vrees wel dat deze brief niet op tijd komt, omdat ik getreuzeld heb om hem te schrijven, omdat ik op jou zelf wachtte om je aan te kondigen dat ik weg mocht.

    Mijn been verandert afhankelijk van het weer.
Op mistige dagen is hij zwak, vandaag heb ik een vreemd doof gevoel in mijn voet.
Toch gaat het beter. Ik zou graag willen dat het met papa ook zo gaat.
Adieu, veel liefs voor hem. Heeft mijn broer me teruggeschreven?

Charles.

AAN MADAME AUPICK
Parijs, februari 1838.

 

    Victorie! Morgen mag ik weg: omdat ik eerste was bij tekenen kreeg ik een vrijstelling, en mocht ik naar de eerste divisie waar naaktmodellen worden getekend naar pleistermodel.
Dat zal je denk ik wel plezier doen, want jij bent wel geïnteresseerd in tekenen. Ik heb iets vreemds, dat is dat mijn knie soms nog wel eens pijn doet op bepaalde momenten.

Groeten aan papa.         Charles.

  Inhoudsopgave     Volgende brief