Baudelaire aan Auguste Poulet-Malassis. Parijs, ong. 20 april 1860.

Charles Baudelaire
CORRESPONDENTIE
Tweede deel volwassen periode

Vertalingen Vivienne Stringa.

 

AAN AUGUSTE POULET-MALASSIS
Parijs, ong. 20 april 1860.

 

     U heeft gelijk. Strikt genomen is wilskracht geen orgaan. En toch wilde ik via deze taalovertreding iets overbrengen. Als ik zou zeggen dat het een fluidum is, dan zou u dat verdragen.
En toch sluit ik me bij uw mening aan.
Je mag niet aan de gewoontes van de publieke mening tornen.
Zo pas ik me ook, en om dezelfde reden, aan uw mening aan die betrekking heeft op: het zijn…  in plaats van : het is... dat, wat u er ook van vindt, een meer pure taal is (Pascal, Bossuet, La Bruyère, Balzac, Honoré de Balzac, etc.)

     Zo hebben wij dus gewoontes van idiosyncrasie, zoals Champfleury zegt, waardoor wij gedwongen worden anders te praten als degenen uit onze eeuw.

     Ik heb net bij Michel La Raison d’Etat gegapt. Hoewel de Italiaanse onstuimigheid, de overvloed aan improvisatie soms een uitgelaten warrige stijl met zich mee brengt, is het over het algemeen erg mooi.
Vooral het voorwoord (dat moet u echt lezen) heeft zo’n hemelse, fatalistische, gelaten eloquentie, het doet denken aan de beste stukken uit de meest pure Franse klassieke schoonheid.
Het hoofdstuk over Machiavelli waar Ferrari zich overigens van distantieert, is ook zeer opvallend.
Eigenlijk is overal het Genie bezig met het op een akkoordje te gooien met het Lot: “Laat me jouw wetten begrijpen, en dan laat ik je quitte staan met de ordinaire pleziertjes van het leven, lege troost van de Vergissing” (sic).

     Ik kijk mijn rekeningen weer in, en ik stuur u deze samenvatting waarmee u de uwe kan controleren.

10 mei  1.000 1.000 bij Jousset, hotel de Dieppe,
(eerlijker dan de man van de quai (Voltaire)
  400 rue des Beaux-Arts.
20 mei 1.013  
23 820  

     Zo kunnen we beginnen met een voorschot te nemen op een wissel van u bij Gélis, en daarna een wissel van Christophe of Duranty in Alençon, zodat we die 2.400 bij elkaar hebben op tien mei.

     Daarom moeten we ook opschieten met de Fleurs, ook al riskeren we dan een boek midden in de zomer te lanceren.
Ik moet nu eigenlijk direct vertrekken naar Honfleur.
Maar ik sta er allereerst op om iets van duizend frank te krijgen. Ik ben er van overtuigd dat dat eraan komt.
Als we van het ergste uitgaan, dan vertrek ik aan het eind van de maand, dan offer ik, als dat moet, het voorwoord en de drie beginstukken op, en dat op volgorde leggen, waar u zich zo druk om maakt, kan in een uur af zijn.

     Het is zeker dat we morgen of overmorgen antwoord hebben van Signouret.

Die Bracquemond baart me zorgen.

Hoogachtend,

C.B.

Ik raad u die proefdruk ten zeerste aan. U zult wel zien waarom.

  Inhoudsopgave     Volgende brief