Baudelaire aan Auguste Poulet-Malassis. Parijs, donderdag 11 november 1858.

Charles Baudelaire
CORRESPONDENTIE
Tweede deel volwassen periode

Vertalingen Vivienne Stringa.

AAN AUGUSTE POULET-MALASSIS
Parijs, donderdag 11 november 1858.

 

Beste vriend,

    Ik heb uw bedankjes ontvangen, en ik was er verbaasd over. Ik wilde u echt goed gezind zijn door u een onuitgegeven stuk te sturen, dat ik gewoon bij de stukken wilde zetten die ik bijeen spaar voor een willekeurige krant, en ik verwachtte niet dat zo’n miserabel sonnet iets kon bijdragen aan al die vernederingen die Les Fleurs du mal u hebben aangedaan.
Ik wilde aangenaam voor u zijn, niets meer, en ik kan niet begrijpen waardoor ik zoveel beledigingen moest ontvangen, zo erg dat u me vergeleek met Berger in het geheim, zoals Veuillot had gedaan.
Achteraf gezien is het heel goed mogelijk dat de subtiele draai van uw gedachten dacht dat Belzébuth c… was, en de charmante dolk p… was. Toen ik dat ontdekte, moest ik erg lachen.

    Al met al, is dat allemaal wel erg lichtjes.
Het enige zware aan wat er in zit is die mysterieuze capaciteit van u waardoor u uw vrienden gaat beledigen, met een moed die groter wordt naarmate ze intiemer en ouder zijn.
Daarom ook, als ik u met iemand kennis zie maken, denk ik altijd over hoeveel jaar die kennis het waard is om door u beledigd te worden.
Michel Lévy heeft ook zo’n vreemd soort neiging.
Maar hij is dan tenminste ook wel dom. En dan is er nog de Broise die tegen Banville zei: “De prefect van Alençon heeft ons gevraagd waarom we die onzin zoals Les Odes publiceren.”

    Iemand anders, met verstand had geschreven: ik ben u dankbaar voor uw cadeau, maar uw talent is een gevaar voor een provinciaal krantje. Alleen als u dat geschreven had, dan had u niet genoeg geschitterd in uw eigen ogen.
U had uw brief met een massa aan brutaliteiten moeten kruiden voor een van uw oude vrienden die geen ruzie met u kan hebben.

    U moet wel begrijpen dat ik een beetje met u spot voor uw eigen bestwil.
Binnenkort zult u problemen krijgen, niet door mij uiteraard.
Ik verzeker u dat ik heel wat heb geleden om die vreemde ziekelijke wendingen van uw gedachten en ik ken heel wat andere individuen die niet weten wat er aan goeds in u zit, en die u alleen maar beschouwen als degene die u niet bent, dus als een ongemanierde man.
Zoek nu maar eens ruzie met mij, als u dat wilt.

Oef! Ik heb mijn plicht af en vervuld.

Ch. Baudelaire.

Doe de groeten aan uw moeder.

Ik heb uw prachtige epistel gisteravond om middernacht ontvangen. Ik was uit mijn wijk sinds enige dagen.

  Inhoudsopgave     Volgende brief